Hoe vul ik een Europees Schadeformulier in?

Na een aanrijding zijn verzekerden vaak enorm gespannen en geschrokken. Dat is natuurlijk logisch, want u moet nog van de schrik bekomen. En dan moet u ook nog eens een Europees Schadeformulier invullen. Dat lijkt op dat moment heel ingewikkeld. Toch is het voor de afwikkeling van de schade van groot belang dat het schadeformulier correct is ingevuld. Daarom een paar handige tips om het formulier goed in te vullen.

Heb ik het schadeformulier nodig?
Voor sommige gevallen hoeft de verzekerde geen schadeformulier in te vullen. Bijvoorbeeld bij ruitschade, schade door hagel, storm, inbraak, diefstal, joyriding en bij aanrijdingen met een vast object. Onder vaste objecten verstaan we opstal, hekwerk, luifels, vangrails en dergelijke. Als de autoverzekeraar wel een schadeformulier nodig blijkt te hebben, zal deze daar altijd om vragen.

De politie bellen
Voordat beide verzekerden het formulier invullen, is het goed om te weten dat de politie niet altijd komt. De verzekerde hoeft dus na een aanrijding niet altijd de politie te bellen. Zo komt de politie bijvoorbeeld alleen als er sprake is van zwaar letsel, of als de auto vanwege de schade de weg blokkeert. Bij blikschade komt de politie niet. Ook niet als de verzekerden een conflict hebben met de tegenpartij over de aansprakelijkheid. Dat soort zaken regelt de autoverzekering.

Vraag 1 is daadwerkelijk vraag 1
De vragen staan in chronologische volgorde. Vaak scannen verzekerden naar vragen die ze zelf het belangrijkst vinden, of het best snappen. Toch is het noodzaak om bij het begin te beginnen. Begin dus bij vraag 1. Op die manier weet u zeker dat u echt niets vergeet in te vullen.

De eerste vijf vragen
De eerste vijf vragen hebben betrekking tot de gegevens van het ongeluk. Zo vult de verzekerde bijvoorbeeld de datum en plaats van het ongeluk in. Ook moet hij of zij aangeven of er gewonden zijn gevallen bij het ongeluk. Daarna gaan de vragen al snel over materiële schade. Daarmee bedoelt de verzekeraar niet de schade aan de auto, maar aan bijvoorbeeld een vangrail of lantaarnpaal.

Meestal hebben anderen het ongeluk zien gebeuren. Verzekeraars hopen erop dat zij willen fungeren als getuigen. Daarom moet u hun namen, adressen en telefoonnummers invullen bij vraag 5. Ook als de andere partij al heeft aangegeven schuldig te zijn. Er zijn gevallen waarin het antwoord de schuldvraag later toch nog niet helder is. Dan is het handig om getuigen te hebben, want zij kunnen doorslag geven zodra er discussie ontstaat.

De volgende drie vragen
Na de vragen over materiële schade, stelt het Europees Schadeformulier vragen over de verzekeringsnemer, het voertuig en de bestuurder. Dit zijn de vragen 6 tot en met 9. Het maakt bij deze drie vragen niet uit wie voertuig A of voertuig B invult. U moet bijvoorbeeld invullen wie de verzekeringsnemer is. Dat is altijd degene die de verzekering heeft afgesloten. Dat kunt u zelf zijn, maar ook de werkgever, als u met een auto van de zaak rijdt.

Weet u niet zeker wie de verzekeringsnemer is? Kijk dan rustig op uw groene kaart of verzekeringspolis. Er staat altijd een naam op. Controleer daarnaast ook of de tegenpartij het juiste kenteken en de daarbij horende gegevens heeft ingevuld. Anders is het erg ingewikkeld om te achterhalen bij welke autoverzekeraar de tegenpartij zich heeft verzekerd.

Tekenen
Vraag 10 en 11 vragen om een tekening. U moet in de tekening aangeven waar uw auto als eerste werd geraakt. De volgende vraag gaat dan over de schade: wat valt er te zien aan de auto? Zijn er bijvoorbeeld deuken te zien? Vraag 13 vraagt alleen om het zetten van een kruisje. Kruis aan wat op u van toepassing is. Het is heel belangrijk om na te gaan of de tegenpartij ook het juiste kruisje heeft gezet. Anders krijgen de verzekerden onderling discussie.

Hebben de verzekerden hun kruisjes gezet, dan volgt er weer een tekening. Nu gaat het om het ongeval zelf. Probeer zo duidelijk mogelijk uit te tekenen wat er is gebeurd. Soms duurt het namelijk een paar maanden voordat de autoverzekeraar de gebeurtenis beoordeelt. Het moet dan nog helder zijn wat er nu eigenlijk is gebeurd.

Vraag 14
Bij de laatste vraag kunt u nog opmerkingen invullen. Dat kan werkelijk van alles zijn: wat viel u op? Bent u het wel eens met wat de tegenpartij heeft ingevuld? Twijfelde u over sommige vragen?

Het is daarna goed om te controleren of alle vragen zijn voorzien van een antwoord. Pas daarna kunnen beide partijen hun handtekeningen zetten. Kijk eerst zorgvuldig of u het eens bent met wat de tegenpartij invulde en wat u bij vraag 14 heeft geantwoord. Een handtekening is bindend; u bevestigt met een handtekening dat alles op het formulier klopt en is berust op de waarheid. Controleer of de tegenpartij ook daadwerkelijk een handtekening heeft gezet. Anders moet u namelijk op een andere manier bewijzen dat de tegenpartij daadwerkelijk met het ongeval te maken heeft gehad. Meestal is dat erg lastig, of zelf onmogelijk.

Beiden getekend? Dan geeft u een deel aan de tegenpartij. Of dat nu het origineel of de doordruk is. Het gaat er vooral om dat duidelijk is te lezen wat beide partijen hebben verklaard op het formulier. Neem ook altijd foto’s van het ongeluk. Dat kan gelden als aanvullend bewijs.

Eenmaal thuis
Bent u weer thuis? Dan kunt u het beste rustig naar de achterkant van het formulier kijken en de vragen invullen. Hoe meer u invult, hoe beter het is. De autoverzekeraar heeft deze gegevens namelijk nodig voor een correcte afhandeling van de schade. Als de achterkant ook is ingevuld, kunt u het formulier naar de verzekeraar of tussenpersoon sturen. Dat kan per post, maar tegenwoordig bieden ook steeds meer verzekeraars om online schade te claimen.

Reacties zijn gesloten.